Maandag vond in het Vredespaleis in Den Haag een bijeenkomst plaats ter gelegenheid van de Internationale Holocaust Herdenkingsdag. Het was de achtste keer dat deze herdenking in Den Haag werd georganiseerd.
Hoofdspreker was professor Dineke de Groot, president van de Hoge Raad der Nederlanden. In haar toespraak ging zij onder meer in op de manier waarop juridische uitsluiting voorafgaand aan en tijdens de Tweede Wereldoorlog stap voor stap werd genormaliseerd, lang voordat het grootschalige geweld begon. Daarnaast deelde de 91-jarige Ronald Waterman zijn aangrijpende getuigenis als kind en overlevende van de nazikampen Westerbork en Theresienstadt.
De Israëlische ambassadeur Zvi Aviner Vapni benadrukte dat de Jodenvervolging “niet begon met deportaties, maar met registratie en stilte”. Volgens hem was de Holocaust ook een juridisch falen: “Een les die vandaag urgenter is dan ooit.”
Bewustwording
De Internationale Holocaust Herdenkingsdag (IHRD) is een wereldwijd erkende herdenkingsdag die in 2005 werd ingesteld door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. De dag wordt jaarlijks gehouden op 27 januari en staat in het teken van het herdenken van de slachtoffers van de Holocaust, evenals het bevorderen van educatie en bewustwording over de historische betekenis en blijvende lessen ervan. De herdenking in het Vredespaleis werd georganiseerd door de gemeente Den Haag, de Israëlische ambassade en de Joodse culturele organisatie CHAJ.